Herkenning Drugsgebruik

Van de gemeente Dongeradeel kregen wij onderstaand bericht. Klik op "lees meer"

 VNN (Verslavings Zorg Noord Nederland)                    

Contact met een medewerker? Bel 088 - 234 34 34

 

Hoe kun je druggebruik herkennen?

Om met zekerheid vast te stellen of iemand drugs gebruikt, gaat het om een combinatie van signalen. Uiterlijke signalen zoals alleen rode ogen zeggen niet zo veel. In combinatie met het afwijkend gedrag zoals onrustig en snel geïrriteerd zijn, veel geld opmaken, erg afvallen, vaak afwezig zijn, versterken het vermoeden van druggebruik.
Niet alle signalen duiden op gebruik. Sommige horen ook bij de ontwikkeling tijdens de pubertijd.

De beste manier om met zekerheid vast te stellen of iemand drugs gebruikt, is het de persoon rechtstreeks te vragen.

Alcohol
Sterke alcoholgeur uit de adem, wijde pupillen, vrolijke en luidruchtig, meer durf en minder verlegen. Black-outs.

Hasj en wiet
Sloom zijn, vergeten wat er net gezegd is. Lacherig (lachkick), zware armen en benen.
Rode ogen met verwijde pupillen. Hongerig (vreetkick). Sterke, typisch geur in de kamer.

XTC
Energiek en praterig zijn. Ontspannen en zorgeloos. De pupillen zijn vergroot. Iemand kan zich dagen na gebruik ineens in de put voelen. Oververmoeid en geïrriteerd zijn
 
Amfetamine (speed)
Energiek en praterig zijn. Wijd openstaande pupillen (strak staan).Droge mond, smakkende geluiden. Heen en weer bewegen van de kaken.
De dagen na het gebruik: somber, oververmoeid en geïrriteerd.

Cocaïne
Energiek en praterig zijn. Vrolijk en overmoedig. Geïrriteerd, opvliegend. De dagen na gebruik: somber en oververmoeid.
 
Heroïne
Vernauwde pupillen, bijna gesloten oogleden, dromerig, net alsof de persoon in slaap dommelt, sloom, passief, stil, langzame adem.

GHB
De kenmerken van onder invloed zijn van GHB wijken niet erg af van andere drugs zoals XTC en cocaine: vrolijk, sexueel opgewonden, veel praten.
De negatieve gevolgen bij te grote dosis zijn specifieker: duizeligheid, zwalken, overgeven,
rillingen, stuiptrekkingen, ademhalingsmoeilijkheden.

Gebruiksattributen
Onderstaande hulpmiddelen komen voor bij het gebruik van cannabis en cocaïne:

  • Grote vloeitjes
  • Bepaalde pijpjes
  • Zilverfolie
  • Seal (vierkant of rechthoekig wit papiertje)
  • Opgerold bankbiljet
    • Snuifkokers of buisjes
    •  
 

Wat voel je als je drugs gebruikt

Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen. Mensen gebruiken drugs voor hun plezier – het is een genotmiddel -, om zich beter te voelen of om in een roes te komen.
De meest gebruikte drugs zijn alcohol en tabak.
Van de verboden drugs is cannabis, verzamelnaam van hasj en wiet, de meest bekende.

Drugs hebben verschillende uitwerkingen.
De indeling is:

  • Ontspannend, verdovend
    Voorbeelden: heroïne en andere opiaten, maar ook alcohol en slaapmiddelen
  • Oppeppend. Deze drugs geven het gevoel meer alert te zijn of van meer energie te hebben
    Voorbeelden: cocaïne en amfetamine maar ook tabak en koffie.
  • Verandering van de waarneming. De gebruiker ziet en beleeft de wereld anders. Voorbeelden: LSD, hasj en wiet, paddo’s en andere tripmiddelen.

Sommige middelen, zoals hasj en wiet en XTC, hebben meerdere uitwerkingen.

 

 

Ik vermoed druggebruik

Signalen van druggebruik

Een vermoeden van druggebruik ontstaat als u als ouder iets ‘verdachts’ tussen de spullen van uw kind aantreft. Of als uw kind zich anders gedraagt dan anders en zich ontrekt aan het huiselijk gebeuren.
Veel ouders willen weten waar je aan kunt zien of zoon of dochter drugs heeft gebruikt. Aan uiterlijke kenmerken is dit echter niet altijd zichtbaar. Maar als er plotseling, gedurende langere tijd, gedragsveranderingen optreden bij uw kind, dan kan dat een signaal zijn dat er iets speelt. Een gesprek met uw kind is noodzakelijk om te kijken of uw vermoeden juist is of dat er iets anders aan de hand is.

Een open gesprek
Vertel uw zoon of dochter wat u is opgevallen en vraag informatie. Probeer dit in een open gesprek te doen en maak er geen ondervraging van. Vermijd welles-nietes discussies.
Het kan van uw eigen houding afhangen hoe open uw kind durft te zijn over zijn druggebruik. Als u bijvoorbeeld zeer emotioneel bent of als uw kind het idee heeft dat er flinke straffen zullen volgen, dan zal uw kind liever zijn mond houden. Als u kind denkt 'ze weten er toch niks van' of ‘ze raken over hun toeren als ik vertel wat ik gedaan heb', dan lukt zo'n gesprek niet.

Niet meteen oordelen
Veroordeel het gebruik niet meteen, maar vraag uw kind welke positieve kanten er voor hem inzitten. Maak duidelijk dat u er meer over wilt weten. U leert zodoende uw kind beter kennen. En zo komt er vanzelf ook ruimte om bij de risico’s van het gebruik stil te staan.

Geef regels en grenzen aan
Probeer op een redelijke manier uit te leggen wat u niet wilt en waarom. Misschien denkt uw kind er heel anders over, maar het weet dan in ieder geval wat uw mening is. Probeer afspraken te maken. Houd hierbij rekening met de belevingswereld van uw kind.

Zoek hulp of advies
Als u er samen met uw kind niet uitkomt, vraag dan iemand waar u beiden vertrouwen in heeft. Bij dit alles blijft het belangrijkste dat u zoveel mogelijk met uw kind overlegt. Probeer het samen eens te worden over de te nemen stappen.
Wilt u zich verdiepen in opvoeding en druggebruik dan kunt u:

  • een informatiepakket voor ouders opvragen (als u in een van de drie noordelijke provincies woont) bij Voorlichting en Preventie
  • zich opgeven voor een oudercursus die VNN geregeld organiseert en een van de noordelijke provincies
  • een ouderavond over genotmiddelen bijwonen die regelmatig voor ouders worden georganiseerd. U kunt hiernaar informeren bij de school van uw kind
  • een persoonlijke vraag voorleggen via de landelijke chatservice waaraan VNN deelneemt.

 

 

Wiet verpest onze vriendschap

Je vriend…?
We hadden altijd lol met elkaar. We kenden elkaar al lang en trokken ook buiten het weekend met elkaar op. Ik wist dat het thuis en op school niet altijd zo lekker liep, maar daar hoorde ik hem eigenlijk nooit over. Een tijdje geleden is er iets veranderd. Het lijkt bij hem steeds meer te draaien om wiet. Hij is heel sloom en afwezig. En vergeet allerlei afspraken die wij maken. Het lijkt wel of het hem niets meer interesseert.

Je wilt er wel over praten maar hoe pak je dat nou aan?

Praten met je vriend

  • Kies het juiste moment!
    Een moment waarop je met z’n tweeën rustig kunt praten. Een paar dagen na een stapavond. Niet als hij onder invloed is.
  • Geen welles-nietes
    Iemand die teveel blowt, weet zelf ook wel dat dit niet klopt. Dat hoeft hij van jou niet nog eens te horen. Als je hem veroordeelt of hem steeds op zijn fouten wijst, verzeil je snel in een welles-nietes gesprek.
  • Laat zien waar je staat
    Vertel wanneer en hoe jij last hebt van zijn gedrag. Wat je er van vindt en wat je wel en niet van hem pikt.
  • Leef je eigen leven
    Laat je leven niet bederven door iemand anders. Ga iets nieuws of wat anders doen met anderen als hij zich niets van je aantrekt of zich niet anders wil gaan gedragen.
  • Zelfrespect
    Dreig niet met dingen die je niet waar kunt maken. Daarmee verlies je respect en zelfrespect.
    • Adviseer
      Iemand die te veel drinkt of drugs gebruikt, zit met zichzelf en zijn situatie in de knoop. Door zijn gebruik wordt het er niet beter op, integendeel. Adviseer hem zonodig om er met anderen over te praten zoals een leraar, huisarts of een hulpverleningsinstelling.
    •  
 

 

Afkicken

Als je ervoor kiest om aan je verslaving te werken en je wil stoppen met gebruik (afkicken), stippel je met je hulpverlener een behandelplan uit.

Je kunt zelfstandig thuis afkicken, met hulp van een verpleegkundige of huisarts. Je kunt ook  in een kliniek afkicken.

Afkicken in de kliniek
In de kliniek begeleiden we je tijdens het afkicken 24 uur per dag.
Dat is belangrijk als je lichamelijke problemen verwacht te krijgen.
En het is fijn om in de kliniek te zijn als je bang bent voor de emotionele gevolgen als je stopt met gebruiken.

Als je stopt, kan het zijn dat je overspoeld wordt door gedachten en gevoelens die je eerder uit de weg ging door je gebruik. In de kliniek ben je dan niet alleen als je met moeilijke gevoelens wordt geconfronteerd.